Indicaties
Posologie en wijze van gebruik
Bevochtiger


Indicaties

Zuurstof wordt zowel voorgeschreven voor patiënten die bijvoorbeeld palliatieve zuurstofzorg nodig hebben als voor mensen die enkel voor korte tijd zuurstof nodig hebben (bv. mensen met cluster headache). De indicaties voor (chronische) behandeling met zuurstof kunnen grofweg onderverdeeld worden in drie groepen.

  1. Een eerste groep indicaties betreft aandoeningen waarbij er problemen zijn met de zuurstofvoorziening van de alveolen (ventilatie) waardoor de hoeveelheid zuurstof die normaal in de longen terechtkomt kleiner is dan normaal. Dat kan leiden tot een zuurstoftekort in het bloed (hypoxemie) en als gevolg hiervan ook ter hoogte van de weefsels (hypoxie). Het doet zich voor bij aandoeningen zoals chronische ontsteking van de luchtwegen (bv. COPD), pneumonie of longoedeem. In deze gevallen is er een mechanische obstructie van de luchtwegen die belet dat voldoende zuurstof doorgesluisd kan worden naar de plaats van absorptie. Dat wordt meestal behandeld met gasvormige zuurstof bij 200bar.
  2. Bij een tweede groep aandoeningen is er sprake van een te laag zuurstofaanbod in de weefsels. Niet noodzakelijk is er in dit geval een probleem op gebied van de ventilatie.
  3. Ook in gevallen waarbij gasembolie (vorming van gas in het bloed met obstructie van de bloedstroom tot gevolg) optreedt, is behandeling met zuurstof aangewezen.


Posologie en wijze van gebruik

Omdat er bij het gebruik van extra zuurstof gewenning kan optreden, moeten het debiet en de duur van gebruik gerespecteerd worden. Het aangeraden debiet ligt meestal tussen 1 en 2 l/min en eventueel tijdelijk hoger bij inspanning. Wat de duur betreft, geeft men er meestal de voorkeur aan om de zuurstof niet continu te gebruiken maar wel een 15-tal uren waarvan de meeste ’s nachts. COPD-patiënten hebben bijvoorbeeld ’s nachts een verhoogde kans op hypoxie door een verminderde alveolaire ventilatie (vooral tijdens de REM-slaap tijdens welke men onregelmatig ademt).


De bevochtiger

Bij een patiënt onder behandeling met zuurstof kunnen de slijmvliezen gemakkelijk uitdrogen. Daarom kan het in sommige gevallen nodig zijn om de zuurstof te bevochtigen vooraleer ze ingeademd wordt door de patiënt. Het uitdrogen van de slijmvliezen wordt bij voorkeur behandeld/voorkomen door de omgevingslucht en/of de neusslijmvliezen te bevochtigen met fysiologisch water. Bij een hoog debiet kan dat echter onvoldoende zijn waardoor het gebruik van een bevochtiger niet vermeden kan worden. Dat toebehoren wordt dan geplaatst tussen de debietregelaar en het inhalatiemateriaal waarlangs de patiënt de zuurstof inhaleert (neusbril, neussonde, masker dat neus en mond bedekt met of zonder reservoir) en wordt gevuld met gedestilleerd water. Het gebruik van een bevochtiger moet worden vermeden wanneer men dat kan omdat die mogelijk een bron van infecties is. Hygiëne van de bevochtiger is dus belangrijk. Die kan gespoeld worden met warm water, eventueel met een detergens erin opgelost. Ontsmetten kan bijvoorbeeld met een chloorhexidineoplossing. Men ontsmet beter niet met azijn: dat geeft irritatie bij onvoldoende naspoelen. Om microbiële contaminatie te voorkomen, moet het gedestilleerde water in de bevochtiger regelmatig (drie keer per week) ververst worden. Er zijn ook wegwerpbevochtigers op de markt.

 

© 2021 KLAV - Ilgatlaan 5 - 3500 Hasselt - T: 011/28 78 00 - F: 011/28 78 01 - info@klav.be - Sitemap - Disclaimer - Privacy Policy